kringlopen.com Wetenschap · onderwijs · onafhankelijk

Decompositie en bodemleven.

Decompositie is de afbraak van dood organisch materiaal. Schimmels en bacteriën doen het meeste werk; bodemfauna versnelt het door fragmentatie. Het is de stille schakel die voedingsstoffen terugbrengt in de bodem en vrijwel elke stofkringloop sluit.

Hoofdrolspelers
Schimmels en bacteriën — micro-organismen die enzymen afgeven.
Helpers
Regenwormen, springstaarten, mijten, pissebedden, kevers — versnellen door fragmentatie.
Eindfase
Humus: stabiele, donkere organische stof; voedt de bodem voor jaren.
Resultaat
Mineralen worden vrijgegeven, beschikbaar voor planten via opname door wortels.

Wat decompositie is

Decompositie is de stapsgewijze afbraak van dood plantmateriaal, dode dieren, uitwerpselen en andere organische resten. Het is een proces, geen moment. Een blad dat in oktober valt, is in januari nog herkenbaar, in mei tot fragmenten geworden, en in augustus opgenomen in de humuslaag — als de omstandigheden meewerken. Onder ongunstige omstandigheden duurt het veel langer.

Het verschil met mineralisatie: mineralisatie is specifiek de stap waarin organisch materiaal omgezet wordt in minerale ionen. Decompositie is het bredere proces — fragmentatie, schimmel- en bacteriegroei, en mineralisatie samen.

Schimmels en bacteriën

Het echte werk gebeurt onder een microscoop. Schimmels groeien als netwerken van draden (hyfen) door dood materiaal heen en geven enzymen af die complexe moleculen — cellulose, lignine, eiwitten — opbreken. Bacteriën doen iets vergelijkbaars, met andere voorkeuren en op kleinere schaal. Sommige bacteriën zijn gespecialiseerd in zuurstofarme omgevingen en produceren methaan als bijproduct.

Schimmels zijn dominanter in bossen en in materiaal met veel houtachtige stof. Bacteriën zijn dominanter in landbouwgrond en in zachter materiaal. De verhouding bepaalt veel van de kenmerken van een bodem — denk aan vochtvasthoudend vermogen, vruchtbaarheid en C/N-verhouding.

De rol van bodemfauna

Regenwormen vreten zich door de bodem en mengen organisch materiaal met minerale grond. Hun uitwerpselen zijn een uitstekend substraat voor microbiële afbraak. Springstaarten en mijten leven van schimmels en bacteriën, en houden zo de microbiële populaties in balans. Pissebedden en kevers fragmenteren grof plantmateriaal. Mieren en mollen verplaatsen materiaal verticaal.

Het volume aan bodemleven onder een vierkante meter weiland is aanzienlijk; de meeste bodemorganismen zien we niet, maar samen vormen ze een groot ecosysteem. Wageningen University & Research en NIOO-KNAW doen veel onderzoek naar de samenhang tussen bodemleven, vegetatie en kringlopen.

Humus

Niet al het organisch materiaal wordt volledig afgebroken. Een fractie blijft achter als humus — donkere, stabiele organische stof die zich vermengt met minerale bodemdeeltjes. Humus geeft langzaam voedingsstoffen vrij, houdt water vast en verbetert de bodemstructuur. Een goede humuslaag bouwt zich op in jaren tot decennia. Verlies ervan — door erosie, ploegen, droogte — gaat veel sneller dan opbouw.

Wat decompositie versnelt of remt

Drie hoofdfactoren: temperatuur, vocht en zuurstof. Warme, vochtige, zuurstofrijke bodems breken organisch materiaal snel af. Koude bodems werken trager — daarom hopen op de toendra opmerkelijke voorraden organisch materiaal op. Natte, zuurstofarme bodems remmen afbraak ook: in moerassen ontstaat veen. Vrieskou stopt afbraak vrijwel volledig — vandaar de zorg over ontdooiende permafrost en de koolstofkringloop.

Veelgemaakte fout: "regenwormen breken alles af." Ze versnellen het proces door materiaal te verkleinen en te mengen, maar de chemische omzetting wordt door schimmels en bacteriën gedaan.

Verbinding met de kringlopen

Decompositie sluit voor vrijwel elk element de cirkel. Voor koolstof betekent het terugkeer naar CO2 via ademhaling van micro-organismen. Voor stikstof levert het ammonium dat verder omgezet wordt door nitrificerende bacteriën. Voor fosfor en zwavel betekent het opnieuw beschikbaar komen van plantbeschikbare ionen.

Zonder decompositie zou een bos zichzelf binnen een seizoen opmaken: voedingsstoffen in dood materiaal zouden niet terugkomen. De bodem zou volstromen met onverteerd blad. Vrijwel alle stofkringlopen op het land hangen af van deze stille schakel.

Menselijke invloed

Bodemleven is gevoelig voor diepploegen, monocultuur, pesticiden en zware bemesting. In intensieve landbouwsystemen kan de microbiële diversiteit teruglopen, met gevolgen voor afbraaksnelheid en bodemvruchtbaarheid. Compostering, gedeeltelijke bedekking met groenbemesters en niet-kerende grondbewerking proberen het bodemleven te ondersteunen — onderwerpen die in onderzoek bij Wageningen University & Research aan bod komen.

Zie ook