kringlopen.com Wetenschap · onderwijs · onafhankelijk

Gesteentesoorten herkennen.

Elk gesteente hoort bij een van de drie groepen uit de gesteentekringloop. Stollingsgesteente ontstaat uit gestold magma of lava, sedimentgesteente uit afgezette en verkitte deeltjes, en metamorf gesteente uit bestaand gesteente dat onder druk en hitte is omgevormd. Hieronder de bekendste voorbeelden, met herkenningstips.

Stolling
Kristallen kriskras door elkaar, geen lagen, geen fossielen.
Sediment
Korrels of lagen zichtbaar, vaak fossielen.
Metamorf
Gebande of geplette structuur, glinsterende mineralen, hard.
Mineraal
Eén stof met een vaste samenstelling (zoals kwarts). Een gesteente is een mengsel van mineralen.

Tabel: gesteenten en hun ontstaan

GesteenteTypeHoe ontstaanHerkennen
GranietStollingsgesteenteMagma dat langzaam diep in de korst afkoeltGrote, met het oog zichtbare kristallen (kwarts, veldspaat, mica); licht van kleur, vaak gespikkeld
GabbroStollingsgesteenteDiep afgekoeld basaltisch magmaGrofkorrelig en donker; dieptegesteente-tegenhanger van basalt
BasaltStollingsgesteenteLava die snel afkoelt aan het oppervlak of op de oceaanbodemFijnkorrelig, donkergrijs tot zwart; soms zeshoekige zuilen
AndesietStollingsgesteenteLava van vulkanen boven subductiezonesFijnkorrelig, grijs; genoemd naar de Andes
RyolietStollingsgesteenteSnel afgekoeld granietachtig magmaFijnkorrelig, licht van kleur; uitvloeiings-tegenhanger van graniet
PorfierStollingsgesteenteMagma dat eerst langzaam en daarna snel afkoeldeGrote kristallen in een fijne grondmassa; veel voorkomend als zwerfsteen
PuimsteenStollingsgesteenteGasrijke lava die opschuimt en snel stoltVol gaatjes, zo licht dat het kan drijven
ObsidiaanStollingsgesteenteLava die zo snel afkoelt dat er geen kristallen groeienVulkanisch glas: glanzend, zwart, scherpe breukranden
TufStollingsgesteente (vulkanisch)Samengekitte vulkanische asLicht en poreus; wordt soms ook bij de sedimentgesteenten ingedeeld
ZandsteenSedimentgesteenteZandkorrels die zijn samengeperst en verkitKorrelig, voelt als schuurpapier; vaak gelaagd
KalksteenSedimentgesteenteSchelpen, koraal en kalkslib op de zeebodemBruist met verdund zoutzuur; vaak fossielen
Krijt en mergelSedimentgesteenteKalkskeletjes van microscopisch kleine algen (coccolieten)Wit, zacht, afgevend; de Limburgse mergel is een zachte kalksteen uit de Krijttijd
VuursteenSedimentgesteenteKiezel (silica) dat zich in krijtlagen afzetteHard, glazige breuk; als knollen in krijt
ConglomeraatSedimentgesteenteAfgeronde grind en kiezels, verkitRonde steentjes in een fijnere massa
BreccieSedimentgesteenteHoekige brokstukken, verkitAls conglomeraat, maar met scherpe hoeken
Kleisteen en schalieSedimentgesteenteFijn slib en kleiZeer fijnkorrelig; schalie splijt in dunne laagjes
SteenkoolSedimentgesteentePlantenresten in moerassen, begraven en samengeperstZwart, brandbaar; organisch sedimentgesteente (o.a. Carboon in Zuid-Limburg)
SteenzoutSedimentgesteenteNeerslag van zout bij verdamping van zeewaterSmaakt zout, lost op in water; een evaporiet
MarmerMetamorf gesteenteKalksteen onder hoge druk en temperatuurSuikerachtige kristallen; bruist met zoutzuur
KwartsietMetamorf gesteenteZandsteen onder hoge druk en temperatuurZeer hard; breekt dwars door de korrels heen
LeisteenMetamorf gesteenteKleisteen of schalie onder lage metamorfoseSplijt in vlakke platen (daklei)
FyllietMetamorf gesteenteLeisteen bij iets hogere temperatuurZijdeachtige glans op de splijtvlakken
GlimmerschistMetamorf gesteenteKleirijk gesteente bij hogere metamorfoseGlinsterende mica-plaatjes, schilferig
GneisMetamorf gesteenteGraniet of sedimenten bij hoge metamorfoseLichte en donkere banden
Lapis lazuliMetamorf gesteenteKalksteen of marmer omgezet door hete vloeistoffen van nabij magma (contactmetamorfose)Diepblauw door het mineraal lazuriet, vaak met goudkleurige pyriet

Mineralen zijn geen gesteenten

Een veelgemaakte fout is een mineraal indelen als stollings-, sediment- of metamorf gesteente. Een mineraal is één chemische stof met een vaste kristalstructuur; een gesteente bestaat uit een of meer mineralen. Daarom is de vraag "is kwarts een stollingsgesteente?" eigenlijk niet goed te beantwoorden: kwarts is een mineraal dat in alle drie de groepen voorkomt.

  • Kwarts — Komt voor in alle drie de groepen: in graniet, zandsteen en kwartsiet. Hard (krast glas), glasglans.
  • Veldspaat — Het meest voorkomende mineraal in de aardkorst; belangrijk bestanddeel van graniet.
  • Mica (glimmer) — Dunne, glanzende plaatjes; in graniet en glimmerschist.
  • Calciet — Calciumcarbonaat; hoofdbestanddeel van kalksteen en marmer.
  • Pyriet — IJzersulfide ("kattengoud"); komt in allerlei gesteenten voor.

Zo stel je het type vast

  1. Zie je fossielen of duidelijke lagen? Dan is het vrijwel zeker sedimentgesteente.
  2. Zie je kristallen die kriskras door elkaar liggen, zonder lagen? Denk aan stollingsgesteente. Grote kristallen: langzaam afgekoeld op diepte (graniet). Fijn of glasachtig: snel afgekoeld aan het oppervlak (basalt, obsidiaan).
  3. Zie je banden, plaatjes of een glinsterende, geplette structuur? Denk aan metamorf gesteente (gneis, glimmerschist, leisteen).
  4. Bruist het met een druppel verdund zoutzuur (of azijn, zwakker)? Dan bevat het calciet: kalksteen, krijt of marmer.
In Nederland: vast gesteente aan het oppervlak vind je bijna alleen in Zuid-Limburg (kalksteen en mergel uit de Krijttijd, zandsteen en steenkool uit het Carboon). Elders zijn de meeste losse stenen zwerfstenen — graniet, porfier, gneis en kwartsiet die het landijs in de voorlaatste ijstijd (de Saale-ijstijd, ongeveer 150.000 jaar geleden) uit Scandinavië meenam, bijvoorbeeld op de Hondsrug in Drenthe.

Van het ene type naar het andere

De groepen staan niet los van elkaar. Graniet verweert tot zand, dat zandsteen wordt; zandsteen wordt onder druk kwartsiet; diep in de korst kan het smelten tot magma, dat weer stolt tot nieuw stollingsgesteente. Die cirkel is de gesteentekringloop. Kalksteen en steenkool vormen daarbij een trage tak van de koolstofkringloop.

Zie ook