kringlopen.com Wetenschap · onderwijs · onafhankelijk

Reactievergelijkingen in de kringlopen.

De natuurlijke kringlopen draaien op een handvol chemische reacties. Hieronder de belangrijkste reactievergelijkingen voor de koolstof-, stikstof- en zwavelkringloop, allemaal kloppend gemaakt en kort uitgelegd — handig voor biologie en scheikunde op havo en vwo.

Kloppend
Links en rechts van de pijl evenveel atomen van elke soort, en evenveel lading.
Redox
Fotosynthese, ademhaling, verbranding, nitrificatie en denitrificatie zijn allemaal redoxreacties.
Energie
Staat niet als stof in de vergelijking; schrijf het als "+ energie" of "lichtenergie".
CH2O
Gebruikelijke afkorting voor "organische stof" in vereenvoudigde vergelijkingen.

Koolstof en zuurstof

Fotosynthese (koolstofassimilatie)

6 CO2 + 6 H2O → C6H12O6 + 6 O2  (lichtenergie)

Planten, algen en cyanobacteriën leggen CO2 vast in glucose. De zuurstof komt uit het water. Zie fotosynthese.

Aerobe dissimilatie (cellulaire ademhaling)

C6H12O6 + 6 O2 → 6 CO2 + 6 H2O + energie

De omgekeerde reactie, in vrijwel alle levende cellen. Zie cellulaire ademhaling.

Alcoholgisting (anaeroob, gist)

C6H12O6 → 2 C2H5OH + 2 CO2 + energie

Zonder zuurstof; levert veel minder energie dan aerobe dissimilatie.

Melkzuurgisting (anaeroob, spiercellen en melkzuurbacteriën)

C6H12O6 → 2 C3H6O3 + energie

Glucose wordt melkzuur; er komt geen CO2 vrij.

Verbranding van methaan

CH4 + 2 O2 → CO2 + 2 H2O

Volledige verbranding van aardgas. Bij te weinig zuurstof ontstaat ook CO en roet. Zie verbranding.

Methaanvorming (methanogenese, vereenvoudigd)

CH3COOH → CH4 + CO2   of   CO2 + 4 H2 → CH4 + 2 H2O

Door methanogene archaea in zuurstofloze milieus: moerassen, rijstvelden, de pens van koeien. Zie methaan.

Koolstof in water en gesteente

CO2 lost op in water (oceaanverzuring)

CO2 + H2O ⇌ H2CO3 ⇌ H+ + HCO3−

Extra CO2 levert extra H+: de pH daalt. Zie oceaankringlopen.

Kalkvorming door schelpdieren en koraal

Ca2+ + 2 HCO3− → CaCO3 + CO2 + H2O

Zo ontstaan schelpen, koraalriffen en uiteindelijk kalksteen.

Kalksteen lost op in zuur water

CaCO3 + 2 H+ → Ca2+ + CO2 + H2O

Verklaart de aantasting van marmer en kalksteen door zure regen.

Silicaatverwering (vereenvoudigd)

CaSiO3 + 2 CO2 + H2O → Ca2+ + 2 HCO3− + SiO2

Haalt over miljoenen jaren CO2 uit de lucht: de natuurlijke thermostaat van de gesteentekringloop.

Kalkbranden (cementproductie)

CaCO3 → CaO + CO2

Een niet-energetische bron van menselijke CO2-uitstoot.

Stikstof

Haber-Boschproces

N2 + 3 H2 ⇌ 2 NH3

Industriële stikstofbinding: hoge druk, ongeveer 400–500 °C, ijzerkatalysator. Exotherm evenwicht. Zie stikstofbinding.

Ammoniak en ammonium

NH3 + H2O ⇌ NH4+ + OH−

In bodemvocht komt ammoniak vooral als ammonium voor.

Nitrificatie, stap 1

2 NH4+ + 3 O2 → 2 NO2− + 4 H+ + 2 H2O

Ammonium wordt nitriet (onder andere Nitrosomonas).

Nitrificatie, stap 2

2 NO2− + O2 → 2 NO3−

Nitriet wordt nitraat (onder andere Nitrobacter, Nitrospira). Totaal: NH4+ + 2 O2 → NO3− + 2 H+ + H2O. Zie nitrificatie.

Denitrificatie (met organische stof)

5 CH2O + 4 NO3− + 4 H+ → 2 N2 + 5 CO2 + 7 H2O

Zonder zuurstof gebruiken bacteriën nitraat als oxidator; N2 gaat terug naar de lucht.

Anammox

NH4+ + NO2− → N2 + 2 H2O

Anaerobe ammoniumoxidatie; belangrijk in de oceaan en in moderne waterzuiveringen.

Stikstofbinding door bliksem

N2 + O2 → 2 NO;  2 NO + O2 → 2 NO2;  4 NO2 + O2 + 2 H2O → 4 HNO3

Dezelfde chemie vormt NOx in motoren en zure neerslag.

Zwavel

Zwaveldioxide wordt zwavelzuur

2 SO2 + O2 → 2 SO3;  SO3 + H2O → H2SO4

De hoofdroute naar zure regen. Zie zwavelkringloop.

Sulfaatreductie (zuurstofloos sediment)

SO42− + 2 CH2O → H2S + 2 HCO3−

Bacteriën in slik en zeebodem; H2S geeft de rotte-eierenlucht.

Een vergelijking kloppend maken

  1. Schrijf de juiste formules van beginstoffen en reactieproducten op. Verander daarna nooit meer de formules, alleen de coëfficiënten ervoor.
  2. Begin met het atoom dat in de minste stoffen voorkomt (bij verbranding: C, dan H, als laatste O).
  3. Tel per atoomsoort links en rechts; controleer bij ionen ook de totale lading.
  4. Gebruik de kleinst mogelijke gehele getallen.

Met een kloppende vergelijking kun je ook rekenen: 1 mol glucose (180 g) levert bij volledige dissimilatie 6 mol CO2 (264 g). Zie kringlopen scheikunde voor stoffenbalans en redox.

Zie ook